GEZOND SPORTEN VLAANDEREN

Risicofactoren voor het ontwikkelen van achillespeestendinopathie

Evi Wezenbeek, Dirk De Clercq en Erik Witvrouw

Een van de meest voorkomende overbelastingsletsels ter hoogte van het onderste lidmaat is een tendinopathie van de achillespees.

Lights

Inleiding

Een van de meest voorkomende overbelastingsletsels ter hoogte van het onderste lidmaat is een tendinopathie van de achillespees. Dit letsel komt frequent voor bij beoefenaars van atletiek en bij atleten die deelnemen aan sporten met snelle richtingsveranderingen. De hoogste incidentie van een achillespeestendinopathie wordt gezien bij mannelijke atleten van middelbare leeftijd. Omdat achillespeesletsels vaak voorkomen en zeer frequent recidiveren, hebben ze een nefaste invloed op het prestatievermogen en psychosociaal welbevinden van de atleet. Om die reden is het van belang om het intrinsiek risicoprofiel van deze blessure diepgaander te identificeren en te definiëren.

Studieopzet

Eerst en vooral werd volgende frequent gesuggereerde oorzaak voor het oplopen van een achillespeestendinopathie bestudeerd; namelijk dat een afwijkend looppatroon zorgt voor een verhoogde torsie van de achillespees, waardoor de doorbloeding van de pees gecomprimeerd wordt en er letsels ontstaan. Voorafgaande studies over deze topic hebben zich gefocust op de relatie tussen dit afwijkend looppatroon (meer bepaald overmatige pronatie tijdens het lopen) en achillespeesletsels. Omdat het onderliggende mechanisme hiervan nog nooit was onderzocht, werd juist die relatie tussen de mate van pronatie tijdens het lopen en de doorbloeding van de achillespees hier bestudeerd. Hiervoor werden ervaren lopers getest en aan de hand van een kinematicastudie werd hun looppatroon in het frontale en sagittale vlak onderzocht. De doorbloeding van hun achillespees werd voor en na deze loopactiviteit gemeten met het oxygen-to-see toestel. De resultaten van deze studie toonden aan dat de mate van pronatie tijdens het lopen een significant effect had op de doorbloeding van de achillespees: hoe meer pronatie werd waargenomen, hoe minder de doorbloeding tijdens de inspanning steeg. Hierdoor is het gebruik van anti-pronatie maatregelen, zoals steunzolen en tape, wellicht zinvol om achillespeesletsels te voorkomen en te behandelen.

Vervolgens werden mogelijke risicofactoren voor het oplopen van een achillespeestendinopathie prospectief onderzocht. Deze grootschalige studie toonde aan dat het minder stijgen van de achillespeesdoorbloeding na fysieke activiteit als risicofactor kon geïdentificeerd worden voor het oplopen van een achillespeesletsel. Met andere woorden als de doorbloeding van de achillespees minder stijgt na het sporten is er meer kans om een achillespeesletsel op te lopen. Het is goed mogelijk dat een adequate stijging in doorbloeding noodzakelijk is om aan de gestegen metabolische eisen van de sport te kunnen voldoen. De stand van de voet kon echter niet geïdentificeerd worden als risicofactor en het opmeten van de dikte van de achillespees is eveneens geen geschikte methode om aan snelle detectie van een achillespeestendinopathie te kunnen doen.

Ook onderzochten we de demografische invloeden op de geïdentificeerde risicofactor voor het oplopen van een achillespeestendinopathie, namelijk de inadequate stijging van de achillespeesdoorbloeding na fysieke activiteit. Hier bleek dat de oudere populatie van middelbare leeftijd een minder goede vasculaire respons heeft op fysieke activiteit in vergelijking met een jongvolwassen populatie. Bovendien is er een verschil in geslacht in de oudere populatie: de vasculaire respons was lager bij de mannen dan bij de vrouwen. Dit zou mogelijks kunnen verklaren waarom de hoogste incidentie van achillespeestendinopathieën gezien wordt bij mannelijke atleten van middelbare leeftijd.

Tot slot heeft deze studie bij alle deelnemers ook een significante daling van de peesdoorbloeding aangetoond reeds 5 minuten na fysieke activiteit in vergelijking met direct na fysieke activiteit.

Conclusie en preventieve maatregelen

We besluiten met de vaststelling dat het zinvol is om op basis van deze geïdentificeerde risicofactor en de gevonden associaties preventieve maatregelen te nemen. Een aantal voorbeelden hiervan zijn de implicatie dat dat sportactiviteiten binnen de 5 minuten na opwarming zouden moeten starten, het advies aan mannen van middelbare leeftijd om langer en efficiënter op te warmen voor de sportactiviteit en suggesties om de peesdoorbloeding te proberen verbeteren met volgende technieken: aerobe high-intensity training, het gebruik van prostaglandines, vibratietechnieken, massage, warmte, bietensap, etc., aangezien deze technieken reeds een positief effect op het verbeteren van de doorbloeding in de huid of spieren hebben aangetoond.